FocussenEen cliënt zei: “Ik kan me niet focussen, ik voel me nergens rustig, soms word ik misselijk van de spanning, dan ga weer snel naar mijn huis en doe de ramen en gordijnen dicht. Ik kan dan niet meer helder denken”.SymptomenDit zijn patronen die nodig waren. Niet kijken, niets doen, alsof je niet merkt wat er om je heen gebeurt. Je mag niets verkeerds doen, anders wordt de ander boos of angstig of je wordt genegeerd. Je loopt op je tenen, je wordt nerveus en onrustig en kunt je moeilijk concentreren. Je krijgt lichamelijke klachten, zoals spierpijn, vermoeidheid en door het zorgen maken, word je lusteloos, apathisch, somber en neerslachtig. Soms gaat het gepaard met duizeligheid, gevoelloosheid, je bent passief en immobiel, hebt verkrampte spieren, waarop hyperventilatie volgt (te veel en te snel ademen). Onverwerkte ervaringenHet kan een hele tijd goed gaan en dan ineens wordt er iets aangeraakt waardoor je al je energie verliest. Dagelijkse stress momenten, een functioneringsgesprek, gebrek aan waardering, problemen met collega’s, maar ook eentonig werk of veeleisend werk, een verhuizing of een sterfgeval kunnen je veiligheid en zelfvertrouwen onder druk zetten. Ook een operatie of medische ingreep kunnen je vrees doen toenemen, het is weer een situatie waarin je machteloos bent. Je spant je spieren weer aan, waardoor je je eigen emoties onder controle houdt en ervaringen in het “hier en nu” gaat vermijden en daar voel je je weer schuldig over. Onverwerkte ervaringenEen valpartij, waar je erg van geschrokken bent of een ziekenhuisopname of medische ingreep, waar je niet voldoende op voorbereid was. “de schrik zit tot op het bot”. Je kunt niet vertrouwen en je lichaam vertelt je dat er iets is wat je niet kunt vertrouwen. Jeugdervaringen kunnen aangeraakt worden. B.v. Een ziekenhuis ervaring op jonge leeftijd, waar je ineens alleen was zonder je vertrouwde familie. Een andere mogelijkheid is dat je vader of je moeder depressief waren of een angststoornis hadden en je je altijd in moest houden. De kans is dan vijfmaal zo groot dat je er zelf ook last van krijgt. Je hebt geleerd altijd eerst voor anderen te zorgen. Dit was je overlevingspatroon. Je hebt niet geleerd je agressie op een goede manier te gebruiken. Je bent of te kwaad of helemaal niet boos. Daarna denk je: “ik had het wat anders moeten zeggen”, waardoor je je daarover weer schuldig voelt. Ook is het mogelijk dat een broer of zuster van je gestorven is. Dat kan nog steeds van invloed zijn op je reacties. B.v. Je wilde je ouders geen verdriet doen en hield je in. Of je hebt je maatje verloren en je voelt je nog steeds niet compleet. Het verlies werkt nog steeds door. Lichamelijke mishandeling, incest, een aanranding of verkrachting, eetstoornissen, depressieve perioden van jezelf of van een ander, je was getuige van een ruzie, je werd gepest, beledigd of gekwetst, al deze herinneringen kunnen getriggered worden. Oorlogservaringen, een beroving of bedreiging kunnen een rol spelen. Zo zie je: er zijn vele oorzaken. Tevoren weet je nooit wat erboven komt. Het ondermijnt wel je veerkracht. Je familie, vrienden en je werkJe doet jezelf tekort. Het niet kunnen concentreren en focussen kleurt je relaties. Je ontloopt beslissingen. Je omgeving vindt dat ook frustrerend en moet het verdragen zonder zichzelf of jou de schuld te geven of verwijten te maken. Ook al kunnen ze het begrijpen of denken ze dat ze het te begrijpen, op een gegeven ogenblik is hun geduld ook op. Blijf er niet mee rondlopen | Blijf er niet mee rondlopenPsychotherapie praktijk Amsterdam Carolien Entrop | |
copyright © 2011 Drs. A. Carolien Entrop