ClaustrofobieEen cliënt zei: “In kleine ruimten word ik paniekerig, krijg hartkloppingen, ga trillen of beven en zweten, soms voel ik de adem stokken in mijn keel en steken in mijn borst, ik kan zelfs duizelig worden en licht in mijn hoofd. Ik moet zo snel mogelijk weg”.SymptomenJe bent bang in kleine ruimten, bang in liften, auto of vliegtuig, kelder, soms w.c. Je doet de deur nooit op slot. Je raakt in paniek, je kunt niet weg, je wordt angstig, je hapt naar adem, wordt duizelig, je gaat trillen, je hart bonst, je wordt misselijk. Zelfs is het mogelijk dat je geheel gevoelloos wordt, versteend of verlamd, je adem stokt in de keel en je gaat hyperventileren (te veel en te snel ademen). Je wordt bang dat je gek wordt. Je hebt je een keer opgesloten gevoeld, en dit wil je nooit meer voelen. Het kan dat je je niet meer herinnert wanneer dit was. TriggerHet kan een hele tijd goed gaan en dan ineens wordt er iets aangeraakt waardoor je al je energie verliest. Een sterfgeval, een verhuizing of een onrechtvaardige behandeling op het werk of een gebeurtenis in je gezin kan je gevoel van veiligheid of zelfvertrouwen onder druk zetten. Ook een operatie of medische ingreep kunnen angst opwekken en je voelt je opgesloten. Onverwerkte ervaringenHet kan een valpartij zijn waarna je een tijdje uitgeschakeld was en stil moest liggen en er niemand was om je te helpen of dat je dacht dat er niemand was. Je voelde je alleen en in de steek gelaten. Hetzelfde geldt voor medische ingrepen, een operatie of een narcose. Of op jonge leeftijd was je ineens zonder je vertrouwde familie, b.v. door je eigen ziekenhuis opname of van een van je ouders of van een van je broers of zusters. Een andere mogelijkheid is dat je vader of je moeder depressief waren en je je altijd in moest houden. Een broer of zuster van je is gestorven. Dat kan nog steeds van invloed zijn op je reacties. B.v. Je wilde je ouders geen verdriet doen en hield je in. Je leerde niet je agressie te gebruiken, waardoor je of te kwaad of helemaal niet boos wordt. Daarna denk je: “ik had ’t anders moeten zeggen” en je voelt je daarover schuldig. Of je was je maatje kwijt en je voelt je nog steeds niet compleet. Het verlies werkt nog steeds door. Lichamelijke mishandeling, incest, een aanranding of verkrachting, eetstoornissen, je was getuige van een ruzie, je bent gepest, beledigd of gekwetst, al deze herinneringen kunnen getriggered worden. Oorlogservaringen komen ook soms ineens boven. Allemaal situaties waarin je niet weg kon. Er kunnen vele oorzaken zijn. Van tevoren weet je nooit waar het mee te maken heeft. Wel weet je dat iets al je energie wegtrekt. Je familie, vrienden en je werkHiermee blijven rondlopen, daarmee doe je jezelf tekort. Je familie, vrienden en ook op je werk vinden het moeilijk om steeds met je rekening te houden. Je durft b.v. niet mee in de auto. Hun spankracht is op een gegeven ogenblik ook minder, ook al begrijpen ze je reacties, of zeggen ze veel van jou te begrijpen. Blijf er niet mee rondlopen | Blijf er niet mee rondlopenPsychotherapie praktijk Amsterdam Carolien Entrop | |
copyright © 2011 Drs. A. Carolien Entrop