BewegingsloosEen cliënt zei: “Af en toe overvalt me een soort passiviteit. Er komt niets uit mijn handen, gelukkig zeggen ze er niet veel van op mijn werk als ze ’t merken omdat ik andere keren prima werk. Als ik even iets anders ga doen, komt het wel weer bij”.Als hier geen medische oorzaak voor is, kan dit te maken hebben met oude herinneringen, die ineens opduiken, waarbij je door er wel en niet te zijn, niet te veel op te vallen jezelf kon handhaven. Je zorgde zo dat je moeder b.v. niet ongerust werd of je vader niet boos. Je zorgde dat je wegging of je kroop in een hoekje als ’t niet anders kon. Je wordt voortdurend overspoeld door een grote stroom van allerlei angstgedachten of piekergedachten. De paniek gaat je leven beheersen, terwijl angst dient om echt gevaar zichtbaar te maken. Het beperkt je dagelijks functioneren, want je gaat denken dat je iets niet meer aankunt of dat je iets niet onder controle hebt. Je hebt het niet in de hand. Je voelt je gefrustreerd, tekortschieten, bang of angstig of machteloos. Je hebt moeite met concentreren. Net als je ’s nachts wakker schrikt, heb je dat ook wel eens overdag. Je krijgt lichamelijke klachten, zoals spierpijn, vermoeidheid en door het zorgen maken, word je lusteloos, apathisch, somber en neerslachtig. Soms gaat het gepaard met duizeligheid, gevoelloosheid, je bent passief en immobiel, hebt verkrampte spieren, waarop hyperventilatie volgt (te veel en te snel ademen). Onverwerkte ervaringenHet kan een hele tijd goed gaan en dan ineens wordt er iets aangeraakt waardoor je al je energie verliest. Dagelijkse stress momenten, een functioneringsgesprek, problemen met collega’s, maar ook eentonig of veeleisend werk, een verhuizing of een sterfgeval kunnen je veiligheid en zelfvertrouwen onder druk zetten. Ook een operatie of medische ingreep kunnen je confronteren een situatie van machteloosheid. Je spant je spieren weer aan, waardoor je je eigen emoties onder controle houdt en ervaringen in het “hier en nu” gaat vermijden en dan volgt weer schuldig voelen vanwege het vermijden. Onverwerkte ervaringenEen valpartij, waar je erg van geschrokken bent of een ziekenhuisopname of medische ingreep, waar je niet voldoende op voorbereid was. “de schrik zit tot op het bot”. Je kunt niet vertrouwen en je lichaam vertelt je dat er iets is wat je niet kunt vertrouwen. Jeugdervaringen kunnen aangeraakt worden. B.v. Een ziekenhuis ervaring op jonge leeftijd, waar je ineens alleen was zonder je vertrouwde familie. Een andere mogelijkheid is dat je vader of je moeder depressief waren of een angststoornis hadden en je je altijd in moest houden. De kans is dan vijfmaal zo groot dat je er zelf ook last van krijgt. Je hebt geleerd altijd eerst voor anderen te zorgen. Dit was je overlevingspatroon. Je hebt niet geleerd je agressie op een goede manier te gebruiken. Je bent of te kwaad of helemaal niet boos. Daarna denk je: “ik had het wat anders moeten zeggen”, waardoor je je daarover weer schuldig voelt. Ook is het mogelijk dat een broer of zuster van je gestorven is. Dat kan nog steeds van invloed zijn op je reacties. B.v. Je wilde je ouders geen verdriet doen en hield je in. Of je hebt je maatje verloren en je voelt je nog steeds niet compleet. Lichamelijke mishandeling, incest, een aanranding of verkrachting, eetstoornissen, depressieve perioden van jezelf of van een ander, je was getuige van een ruzie, je werd gepest, beledigd of gekwetst, al deze herinneringen kunnen getriggered worden. Oorlogservaringen, een beroving of bedreiging kunnen een rol spelen. Zo zie je: er zijn vele oorzaken. Tevoren weet je nooit wat erboven komt. Het ondermijnt wel je veerkracht. Je familie, vrienden en je werkJe doet jezelf tekort. Je passiviteit is moeilijk voor de omgeving. Je omgeving vindt dat ook frustrerend en moet het verdragen zonder zichzelf of jou de schuld te geven of verwijten te maken. Ook al kunnen ze het begrijpen of denken ze dat ze het begrijpen, op een gegeven ogenblik is hun spankracht ook op. Blijf er niet mee rondlopen
| Blijf er niet mee rondlopenPsychotherapie praktijk Amsterdam Carolien Entrop | |
copyright © 2011 Drs. A. Carolien Entrop